Start

Mixers

Een mixer (we spreken hier over het apparaat) heeft verschillende functies, zoals het karakter van individuele geluiden aanpassen, verschillende geluiden samenvoegen én er een afgerond geheel van maken, zowel voor opname als live werk. Mixers worden in zowel live als studiowerk veelvuldig gebruikt. Hoewel we in hedendaagse studio's bijna altijd ook een software mixer aantreffen, blijft de hardware mixer meestal een centrale rol spelen. Op deze pagina bespreken we een aantal basisfuncties, en geven we wat hints over het gebruik van hardware mixers in (home)studio's. Voor meer details over het eigenlijke mix proces lees je best ook de sectie mixen .

Het is belangrijk te weten dat een hardware mixer vroeger noodzakelijk was in het studio-proces. Tegenwoordig heeft DAW software deze functie grotendeels overgenomen, al zijn er natuurlijk wel ergonomische voordelen aan de hardware. Voor beginners is de aankoop van een hardware mixer om op te nemen meestal niet nodig: mixers worden in de meeste homestudio's vooral gebruikt om snel signalen te kunnen switchen tussen verschillende kanalen.

1. Mixer onderdelen

1.1. Input sectie

Alle mixers beschikken over een aantal input kanalen (channels). Elk kanaal laat je toe een individuele geluidsbron te controleren. Typische controle-functies zijn natuurlijk volume en equalizing. De verschillende input kanalen zijn gewoonlijk van links naar rechts, naast mekaar geordend. De controle-functies zijn meestal voor al die kanalen (of het merendeel daarvan) identiek. Door de pro's wordt een kanaal ook wel omschreven als "channel strip".

Mic en line inputs

Een kanaal begint normaalgezien met inputs. Twee types komen veelvuldig voor, vaak zijn ze beide aanwezig in hetzelfde kanaal. De XLR of mic input is standaard. Je gebruikt deze om rechtstreeks microfoons of equivalent aan te sluiten. De line input (meestal 1/4" jack) kan sterkere signalen aan, en wordt intern gevolgd door een klein electronisch circuit om de signaal-intensiteit te reduceren.

Trim of gain

Deze controle-knop vind je vaak bovenaan in de channel strip. Je kan er de intensiteit van het inkomende signaal mee aanpassen. Deze instelling bepaalt in welke mate het signaal moet versterkt worden vooraleer het verder verwerkt wordt. De instelling hiervan hangt af van je geluidsbron en van het type toestel waarmee je deze geluidsbron opvangt. Optimaal instellen is van groot belang om oversturing te vermijden, maar ook om zeker te zijn dat het signaal sterk genoeg is voor verdere verwerking.

Low cut / high pass filter

De low cut filter is meestal een knopje dat je kan in- of uitschakelen. Indien ingedrukt worden de laagste frequenties van het signaal weggefilterd. Vaak zijn die lage frekwenties onnodig of zelfs ongewenst als je een niet bas-instrument registreert. Wegfilteren reduceert laag frequente storingen en leidt tot een helderder en minder verstoord geluid. Uiteraard gebruik je geen low cut filter op bas-instrumenten. Vooral bij microfoons kan je hiermee storende randgeluiden vermijden. Bij stemmen elimineert dit ook al in flinke mate de typische "pop" effecten bij de "p" en "b" medeklinkers.

Insert punten

Gewoonlijk zijn deze aansluitingen gelabeld als channel inserts. Je vindt ze niet op alle mixers en soms maar op een beperkt aantal kanalen. Je kan hiermee het geluid, na de mixer preamps gepasserd te zijn maar vooraleer langs de volume faders te komen, door een extern toestel laten processen. Het meest typische voorbeeld is een compressor . Je kan inserts ook gebruiken als losse outputs per kanaal, om bijvoorbeeld elk kanaal appart naar een kanaal van en multi-channel audio interface te sturen. Bekijk in je eigen mixer handleiding waar in de signaalketen de insertpunten zich precies bevinden om hiervan correct gebruik te maken.

EQ

De equalizer sectie doet eigenlijk met een individueel kanaal wat ook losse hardware equalizers doen: de klank van de bron aanpassen in specifieke frequentiegebieden. De EQ sectie komt achter de inserts. Als je inserts gebruikt om je signaal naar een audio interface door te sturen dan heeft de EQ sectie van je mixer daar geen invloed op.

Volume fader

Niet te verwarren met de gain die we hoger besproken hebben. De fader gebruik je om het volume van het kanaal in de totale mix te beïnvloeden, oftewel hetgeen naar de output sectie wordt doorgestuurd. Hou ermee rekening dat de fader zich na de inserts bevindt in de signaalketen: net zoals de EQ sectie hebben de faderinstellingen dan ook geen invloed op hetgeen je via inserts doortuurt naar een extern apparaat.

Pan

Pan laat je toe de verdeling van het signaal van een kanaal binnen het stereo-gebied te regelen. Centraal ingesteld wordt het signaal gelijkmatig naar het linker en rechterkanaal van de outputsectie gestuurd, meer links of rechts ingesteld wordt je signaal sterker naar respectievelijk de linker of rechterkant gezonden. Hiermee bepaal je dus de ruimtelijke (links-rechts) spreiding van de instrumenten.

1.2. Output (master) sectie

Met de output of master sectie bedoelen we in eerste plaats de sectie waarmee we het gemixte geluid regelen. In live toepassingen is het doel hiervan het duidelijkst: het samengevoegde geluid doorsturen naar de versterkers. Ook deze sectie beschikt over eigen controle functies, zoals (op z'n minst) een centrale volume regeling (master volume). Je kan algemeen stellen dat controle functies die op het niveau van de output sectie werken hun effect uitoefenen op alle geluidsbronnen, terwijl de controles van de input sectie beperkt zijn tot de geluidsbron geassocieerd met dat kanaal.

Naast master volume vind je in de meeste output secties ook een hoofdtelefoon output. daarmee hoor je standaard vaak het globale gemixte geluid, maar je kan ook individuele kanalen selecteren om via deze hoofdtelefoon output beluisterd te worden.

Verder vind je in de output sectie meestal ook de meters, waarmee je op een visuele manier kan in het oog houden hoe luid je mix is. Meters zijn erg belangrijk om oversturing te vermijden, en begrijpen hoe je ze kan gebruiken is een erg belangrijke topic die op het forum geregeld aan bod komt.

AUX

TODO

Send en return

TODO

2. Werken met mixers

2.1. Signaal flow

Er zijn heel veel manieren om een mixer te gebruiken, en ondermeer vanwege de diversiteit in mixers op de markt is het erg moeilijk algemene kant-en-klare oplossingen voor te stellen. Toch kunnen we stelen dat veruit de meeste vragen rond mixers op het forum het gevolg zijn van het niet begrijpen van de signaal keten. Het is daarom nuttig daar hier extra aandacht aan te besteden. Als je nog meer toepassingsgerichte info wil dan lees je best ook de pagina opname routing en monitoring.

Met de signaal flow bedoelen we de weg die een geluid aflegt van input tot output. Deze weg is misschien niet zo duidelijk op het eerste zicht, maar als je dit begrijpt heb je de belangrijkste concepten van je mixer beet. Tussen input en output gebeurt er vanalles: de sterkte van het signaal wordt aangepast, via allerhande controles wordt het signaal veranderd, en in de master sectie worden verschillende signalen samengevoegd. Neem je tijd opm te begrijpen waar elke controle-functie in de signaal flow gesitueerd is. Je kan dit weergeven in blokdiagrammen, waarin elke functie als een symbool wordt weergegeven en de relaties tussen deze functies worden getoond als een lijn die deze symbolen verbindt.